De leugens van Brinkhorst

Leugen 1
"De economie stort in"

Balkenende en Zalm proberen ons met paniekverhalen over de economie
zover te krijgen dat we de verslechteringen slikken. Maar de regering
overdrijft de economische misère. Alleen in 2003 was er werkelijk
sprake van een lichte recessie, en kromp de economie met 0,9 procent.
In de zeven jaar tussen 1996 en 2003 groeide de Nederlandse economie
met maar liefst 17,8 procent. Dit is 1,2 procent meer dan de
gemiddelde groei in de vijftien oude EU-landen.

Leugen 2
"Bedrijven trekken weg"

Bedrijven gebruiken de dreiging van vertrek naar een lage-lonenland
vaak als chantage, maar voeren het dreigement zelden uit. Voor de
vestiging van een bedrijf gelden veel meer voorwaarden dan lage lonen
alleen. Het opleidingsniveau van het personeel, de beschikbare
infrastructuur, de contacten met andere bedrijven en de goede banden
met de staat zijn in veel gevallen minstens net zo belangrijk. De
meeste banen in de industrie verdwijnen door de invoering van nieuwe
productiemethodes, niet door verplaatsing naar lage-lonenlanden.

Tussen 1996 en 2002 steeg het aantal mensen dat werkzaam was in de
industrie. Alleen in de chemische industrie was er sprake van een
sterke daling van het aantal banen, maar daar stond een sterkere
stijging in andere sectoren tegenover.

Ook als bedrijven vestigingen openen in Oost-Europa, betekent dit
meestal niet dat ze hun vestigingen in Nederland sluiten. Volgens een
studie van de werkgeversorganisatie in de Metalectro betekent
verplaatsing van delen van de productie naar het buitenland zelfs
meestal groei van het aantal arbeidsplaatsen in Nederland.

Leugen 3
"We werken niet hard genoeg"

De arbeidsproductiviteit ligt in Nederland hoger, niet lager dan in
andere geïndustrialiseerde landen. Van alle OESO-landen (een
samenwerkingsverband van industriestaten) staat Nederland na Noorwegen
en België op de derde plaats. Gemeten naar het geproduceerde BBP
(bruto binnenlands product) per uur ligt de arbeidsproductiviteit in
Nederland tien procent hoger dan in de VS.

In 1999 concludeerde TNO dat Nederland de Europese koploper is op het
gebied van werkdruk. Een belangrijke factor daarin is het relatief
hoge aantal uren overwerk dat Nederlanders maken. De cijfers van het
CBS over het aantal gewerkte uren geven een ander beeld, en de
regering voert deze cijfers aan als bewijs dat Nederlanders kort
werken. Maar het CBS telt alleen het aantal uitbetaalde overuren. Uit
een onderzoek van de Stichting Loonwijzer over de periode 2002-2003
blijkt echter dat het merendeel van de werknemers onbetaald overuren
draait. Drie op de tien arbeiders werkt per week vijf uur langer dan
in het contract is vastgelegd, en tien procent zelfs een hele dag.

Leugen 4
"Bezuinigen is in ons belang"

Bezuinigingen treffen zowel de huidige als de toekomstige generatie.
Onze kinderen worden door Balkenende opgezadeld met slechtere scholen,
hoger collegegeld waardoor ze moeilijker kunnen studeren en een
verpauperde gezondheidszorg. Ze zullen ons vast eeuwig dankbaar zijn
als blijkt dat we hiermee hebben ingestemd om hun een plezier te doen.

Er is iets mis met de logica van het kabinet. Om te zorgen dat we in
de toekomst de welvaart eerlijker kunnen verdelen, moeten we nu
accepteren dat het kabinet de ongelijkheid groter maakt. In
werkelijkheid gebeurt het tegenovergestelde. Elke verslechtering die
we nu accepteren legt de basis voor meer verslechteringen in de
toekomst.

Meer winst voor het Nederlandse bedrijfsleven betekent helemaal niet
automatisch dat de meerderheid van de Nederlanders het ook beter
krijgen. Als het aan Balkenende en Schraven ligt profiteert alleen een
kleine toplaag van de economische groei. De bezuinigingen zijn in het
belang van die elite, niet van de toekomstige generatie.

http://www.internationalesocialisten.org/artikelen/artikel_k163p06a02.html

Als de regering roept: "Bezuinigen is in ons belang" dan wordt met
'ons' de rijke elite bedoeld. Niet de rest van de mensen.